Velt slaat alarm over sporen van gewasbeschermingsmiddelen in schoolklassen, maar geen gevaar voor gezondheid

De Vlaamse milieuorganisatie Velt heeft in het huisstof van tien Vlaamse basisscholen sporen van in totaal 63 verschillende gewasbeschermingsmiddelen gevonden. Volgens Velt zijn de resultaten ‘schokkend’. De gemeten hoeveelheden zijn echter bijzonder gering en er zijn geen gezondheidsrisico’s aangetoond. Waar de middelen vandaan komen is nog onduidelijk, Diverse van de gevonden middelen zijn al jaren niet meer toegelaten in de land- en tuinbouw, maar nog wel in diergeneesmiddelen, houtbeschermingsmiddelen en andere toepassingen buiten de landbouw. Professor Pieter Spanoghe, expert gewasbescherming aan de Universiteit Gent, plaatst stevige kanttekeningen bij de conclusies van Velt.
Voor het onderzoek liet Velt in tien Vlaamse kleuter- en basisscholen monsters van huisstof verzamelen. De klaslokalen werden voorafgaand aan de monstername een week niet schoongemaakt. In totaal werden 63 verschillende stoffen aangetroffen, gemiddeld 18 per school. Velt noemt de resultaten zorgwekkend en pleit voor verplichte spuitvrije zones rond scholen. in combinatie met de aanplanting van hoge hagen naast de scholen en een totaal spuitverbod bij winderig weer.
Uiterst kleine hoeveelheden
Het aantreffen van een stof betekent nog niet dat er sprake is van een gezondheidsrisico. De gemeten concentraties zijn bijzonder laag. Zelfs bij de stof met de hoogste aangetroffen concentratie, propiconazool, ging het om maximaal 6 milligram per kilogram huisstof. Dat komt overeen met slechts 6 microgram per gram stof. Bij veel andere stoffen lagen de concentraties aanzienlijk lager.
Professor Pieter Spanoghe, expert gewasbescherming aan de Universiteit Gent, benadrukt in een reactie tegenover het Vlaamse landbouwinformatieplatform VILT dat de daadwerkelijke blootstelling via huisstof uiterst gering is.
Volgens Spanoghe liggen de hoeveelheden die mensen via huisstof binnenkrijgen naar verwachting ver onder de gezondheidskundige grenswaarden. Hij stelt: “In dit geval zullen de hoeveelheden nog geen procent of zelfs geen promille zijn van de gezondheidsnorm. Dan kan je ervan uitgaan dat het veilig is “
Om de gezondheidsrisico’s goed te kunnen beoordelen, moet volgens Spanoghe per stof worden berekend hoeveel iemand daadwerkelijk binnenkrijgt en hoe die hoeveelheid zich verhoudt tot de toxicologische grenswaarden.
Ook de Belgische federale overheidsdienst Volksgezondheid concludeerde naar aanleiding van eerder huisstofonderzoek van Velt dat de gemeten concentraties zo laag waren dat geen schadelijke gezondheidseffecten werden verwacht.
Niet alles is afkomstig uit de landbouw
Een andere belangrijke kanttekening betreft de herkomst van de aangetroffen stoffen. Velt legt in zijn communicatie sterk de nadruk op gewasbeschermingsmiddelen die in de landbouw worden gebruikt. Maar verschillende aangetroffen stoffen kennen ook andere toepassingen.
Een duidelijk voorbeeld is fipronil. Dit insecticide, waarvan maximaal 0,094 milligram per kilogram huisstof werd aangetroffen, is al sinds 2013 verboden voor gebruik in de Belgische landbouw. Fipronil wordt echter nog wel toegepast in diergeneesmiddelen tegen vlooien en teken. Het is daarom aannemelijk dat de aanwezigheid ervan in klaslokalen verband kan houden met behandelde huisdieren.
Ook imidacloprid, een insecticide die niet meer is toegelaten voor landbouwkundig gebruik in de EU, wordt gebruikt in middelen tegen vlooien bij huisdieren.
Het fungicide propiconazool, de stof met de hoogste gemeten concentratie, mag sinds 2020 niet meer worden toegepast als gewasbeschermingsmiddel in de Europese landbouw. Het wordt echter ook gebruikt als conserveermiddel in bouwmaterialen en als houtbeschermingsmiddel. Een herkomst uit behandelde materialen is daarom een reële mogelijkheid.
Hetzelfde geldt voor permethrin, dat onder meer buiten de landbouw wordt gebruikt in insectenbestrijdingsmiddelen, diergeneesmiddelen en voor de bescherming van textiel en hout. Ook tebuconazool kent toepassingen in zowel de land- en tuinbouw als houtbescherming.
Dat betekent overigens niet dat alle aangetroffen resten uit dergelijke bronnen afkomstig zijn. Stoffen zoals captan en dodine worden juist wel in de fruitteelt toegepast. Ook kunnen residuen via kleding, schoenen, voedingsmiddelen of luchttransport in een klaslokaal terechtkomen. Zonder aanvullend onderzoek is de precieze herkomst niet vast te stellen.
Aantoonbaarheid is niet hetzelfde als gevaar
Moderne laboratoria beschikken over uiterst gevoelige analysemethoden waarmee bijzonder kleine hoeveelheden chemische stoffen kunnen worden opgespoord. De aanwezigheid van residuen is daardoor op zichzelf geen bewijs van schadelijke blootstelling.
Dat geldt ook voor stoffen die al tientallen jaren niet meer mogen worden gebruikt. Zo vond Velt in twee scholen sporen van DDT, een insecticide die in België al sinds 1974 verboden is. De aanwezigheid daarvan kan worden verklaard door de langdurige persistentie van deze stof in het milieu en wijst niet noodzakelijk op recent gebruik.
Velt benadrukt dat sommige aangetroffen stoffen hormoonverstorende of andere schadelijke eigenschappen kunnen hebben. Dat verdient aandacht, maar bij de beoordeling van een gezondheidsrisico moet onderscheid worden gemaakt tussen de intrinsieke gevaarseigenschappen van een stof en de daadwerkelijke blootstelling eraan.
Onderzoek rechtvaardigt geen verstrekkende conclusies
Ook de beperkte omvang van het onderzoek vraagt om terughoudendheid. Er zijn slechts tien scholen onderzocht en het onderzoek bevat geen vergelijking met een representatieve groep scholen die ver van landbouwgebieden liggen. Bovendien is niet onderzocht hoeveel van de gevonden stoffen kinderen daadwerkelijk binnenkrijgen.
Velt erkent zelf dat het om een verkennend onderzoek gaat dat geen uitspraken mogelijk maakt over alle Vlaamse scholen of de daadwerkelijke blootstelling van kinderen.
Dat neemt niet weg dat het zinvol is om mogelijke blootstellingsroutes verder te onderzoeken, zeker bij kinderen. Ook de gezondheidseffecten van langdurige blootstelling aan combinaties van stoffen verdienen aandacht. Maar de gevonden residuen vormen op zichzelf geen bewijs van een gezondheidsprobleem. (Bron: Vilt.be)




